U bent hier

Wallage: 'Verbinden moet Den Haag nog leren'

In het rapport 'Sturen én verbinden' stelt de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) dat "een toekomstbestendige Rijksoverheid niet alleen moet kunnen sturen, maar ook beter verbindingen moet kunnen leggen met burgers en instellingen". De vraag aan Rob-voorzitter Jacques Wallage is: hoe doe je dat, een Rijksoverheid organiseren die naast sturen ook kan verbinden?

De overheid en burgers leven gedeeltelijk langs elkaar heen en dat geldt in het kwadraat voor de Rijksoverheid, in het rapport ook wel 'cockpit Den Haag' genoemd. "Den Haag denkt dat men met wet en budget de maatschappelijke werkelijkheid aan een touwtje heeft", schrijft de Rob.

Dat moet anders, zegt Wallage in de koffiecorner van het ministerie van Financiën. Hij ziet twee menstypen die de (Rijks)overheid de rug toekeren. De grootste zorgen maakt Wallage zich om burgers die uit frustratie en teleurstelling afhaken. "Ze voelen zich niet gehoord en denken dat ze er niet toe doen", zegt hij. "Die emoties uiten zich in wantrouwen jegens overheid en dat is weer een uitstekende voedingsbodem voor populisten."

Moe van het uitleggen

Er is nog een andere, in zekere zin misschien wel tegenovergestelde groep die de overheid links laat liggen. Die bestaat juist uit mondige en maatschappelijk betrokken burgers die de boel zonder overheid zelf gaan organiseren. Ze nemen initiatieven om iets van hun leefomgeving te maken en ervaren de overheid eerder als te nemen hindernis dan als steun. Wallage: "Ik was een keer op een door een gemeente georganiseerde bijeenkomst voor mensen die bevlogen werkten aan bonte verzameling van maatschappelijke initiatieven. Er werd aan de zaal gevraagd wat men vond van de ambtenaren hun gemeente. Een vrouw zei: 'Ik word er zo moe van dat we hun elke keer moeten uitleggen waar het over gaat.' Dat vond ik geweldig. Daar zitten dus een paar wethouders heel belangrijk te zijn, want zij zijn van de buurtinitiatieven. En dan vragen ze het aan mensen die daadwerkelijk iets doen voor hun omgeving en blijkt dat die vooral last hebben van de ambtenaren."

Het is wat het Sociaal en Cultureel Planbureau de systeemwereld versus de leefwereld noemt en wat de Rob in 'Sturen én verbinden' de verticale versus de horizontale wereld noemt. Samengevat door Wallage: "Mensen willen in hun eigen buurt een groentetuin beheren, de overheid maakt een nota 'Tuinen in de buurt'. De drang tot regelen is enorm.”

'Verticale dozen'

Toch meent Wallage dat gemeenten aardig de verbinding kunnen maken met dit soort initiatieven, zonder meteen het eigenaarschap te claimen. In ieder geval vindt hij de lokale situatie heilig vergeleken bij die op de Haagse burelen. Juist daar ontbreekt het aan vertrouwen in en verbinding met de samenleving. De Rob wijdde er de afgelopen vijf jaar diverse rapporten aan. 'Vertrouwen op democratie' (2010) gaat in op de legitimiteitscrisis waarin het openbaar bestuur zich bevindt. 'Loslaten in vertrouwen' (2012) stelt dat de samenleving bol staat van burgerinitiatief en dat het nu aan de overheid is om burgers de ruimte te geven. De samenleving vernieuwt, maar heeft moeite daar om ruimte en vertrouwen aan te geven.

Het rapport 'Sturen én verbinden' van 2015 borduurt hier min of meer op voort, stelt Wallage. "Vertrouwen komt er alleen wanneer de inrichting van Den Haag past bij die nieuwe samenleving. En dat is niet zo. Den Haag is een wereld van verticale dozen. Ik denk dat departementen heel veel papier schuiven zonder dat de echte wereld er iets van merkt. Het ontbreekt aan nieuwsgierigheid over hoe de dingen in werkelijkheid gaan."

'Activeren van andermans verantwoordelijkheden'

Die situatie moet dringend worden doorbroken. Dat kan alleen wanneer ook het Rijk verbindend gaat werken. Het rapport komt met vier concrete aanbevelingen voor het politieke en ambtelijke bedrijf in Den Haag zelf, die moeten bijdragen aan herstel van het contact met de samenleving. Een daarvan is dat het kabinet moet inzetten op een betere in plaats van een kleinere overheid. Binnen die betere overheid hebben ambtenaren "ruimte nodig om zich te ontwikkelen, te leren en te experimenteren."

Wallage voegt een aanbeveling toe: "Er moet een debat komen over de capaciteiten van Den Haag. Selectiviteit is daarbij heel belangrijk. Kijk, belasting innen kan niet anders dan bij wet. Maar voor heel veel dingen geldt dat het veel meer draait om het activeren van andermans verantwoordelijkheid. De kunst is ruimte te maken voor netwerken op lokaal niveau, waarin burgers vanuit bevlogenheid het maatschappelijk belang willen dienen, met steun van hun gemeenten. In die leefwereld gebeurt van alles waar je als overheid van kunt leren en waarop je bijvoorbeeld een collegeprogramma kunt afstemmen. Zo'n programma beschrijft dan meer hoe je wilt werken – namelijk verbindend met de lokale samenleving – dan wat je als overheid eenzijdig voor die samenleving gaat bereiken. Mijn inschatting is dat gemeenten al een flink eind zijn in deze manier van denken. Maar Den Haag staat pas aan het begin. Daar roept iedereen wel dat verbinden belangrijk is, maar daar is de werkelijkheid dat coalities uit wantrouwen alle afspraken voor vier jaar helemaal dichtspijkeren. Daarmee koppelt de Haagse politiek zich los van de werkelijkheid in plaats van dat ze verbindingen legt."

'Niet vijf jaar een blokje om'

Terwijl bestuurders, politici en ambtenaren bezig zijn de weg naar de samenleving terug te vinden, dendert de doedemocratie door. Op nationale, regionale en lokale schaal staan mensen op om collectief in hun eigen energie te voorzien, om elkaar zorg te verlenen of om samen een groentetuin te beginnen. Kan de overheid dat niet beter laten gebeuren? Wallage: "Ik ben niet van de school die stelt dat het allemaal wel in orde komt als de overheid maar eens vijf jaar een blokje om gaat lopen. Daarvoor leven we nu eenmaal in een te complexe samenleving. Beide zijn nodig: verantwoordelijke burgers én een activistische en zelfbewuste overheid. Het gaat om die gezamenlijke inzet."

Wallage vindt dat de Rijksoverheid in die doedemocratie ook een rol te spelen heeft. "Als staatssecretaris van onderwijs heb ik destijds de onderwijshuisvesting gedecentraliseerd. Ik vind het achteraf jammer dat ik bij het departement van OCW niet een klein clubje heb laten voorbestaan dat zich bezig had gehouden met de vraag: wat is een goed schoolgebouw? Zo hadden we op landelijk niveau de goede voorbeelden kunnen laten zien en gemeenten kunnen faciliteren in een leerproces. Iets dergelijks heb je om verschillende redenen ook nodig voor die verbinding met de netwerksamenleving waarover ons rapport gaat. Naast goede voorbeelden in de etalage zetten, kan het nuttig zijn om gemeenten te stimuleren en waar nodig te ondersteunen. Daarnaast denk ik dat zo'n club kan bijdragen aan bewustwording binnen Den Haag over hoe het er daarbuiten aan toegaat. Maar er hoort wel een waarschuwing bij: blijf met je fikken van verantwoordelijkheden van anderen af. Het Haagse virus van 'wij gaan erover' moet met een flinke dot antibiotica de wereld uit."

 

- Jos Moerkamp

Foto: 
Raad voor het openbaar bestuur