U bent hier

"Nieuwe geldsystemen ontstaan met vallen en opstaan"

Uitleg geldsysyteem de Dam

Het huidige geldsysteem heeft grote moeite om zich te verbinden met de transitie die de westerse samenleving doormaakt. Vanuit een maatschappelijke behoefte bloeien daarom – met vallen en opstaan – nieuwe geldsystemen op. "Er gaat de komende dertig jaar een enorme monetaire diversiteit ontstaan", stelt transitiedeskundige Harry te Riele. In Rotterdam werkt hij zelf aan De alternatieve munt.

Te Riele ziet de samenleving van Noordwest-Europa in hoog tempo veranderen. De landbouw, de energievoorziening, de zorg, het openbaar bestuur – ze bevinden zich allemaal in transitie. Ze doen dat overigens niet synchroon. Zo ontstond in de jaren zeventig van de vorige eeuw al het inzicht dat de energievoorziening op een andere leest geschoeid moet worden en dat de verzorgingsstaat op termijn niet houdbaar zou zijn. "Het huidige geldsysteem moest toen nog tot zijn volle bloei komen", zegt Te Riele. Dat gebeurde vanaf eind jaren tachtig. "Onder meer door de val van het communisme, waardoor het kapitalisme wereldwijd de dominante ideologie werd, de opkomst van ict, de vrijheid die banken kregen om een veelvoud van het beschikbare eigen vermogen uit te lenen, de dominantie van aandeelhouderswaarde. Ze zorgden er allemaal voor dat het monetair systeem explodeerde tot wat het nu is. Geld flitst in ultrakorte tijd en geheel geautomatiseerd over de wereld, telkens naar die plek waar het meest rendement te behalen valt."

'Eén-waarheidperiode'

De enorme ontwikkeling die het geldsysteem in een paar decennia heeft doorgemaakt, bereikte haar plafond volgens Te Riele in 2008, toen de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers failliet ging. Daarmee kwam volgens hem een einde aan wat hij een 'één-waarheidperiode' noemt: de dominantie van een bepaalde systeemvariant of een bepaalde manier van denken is zo groot dat alternatieven marginaal blijven. "De landbouw na de Tweede Wereldoorlog kende  maar één doctrine: maximalisering van de opbrengst per hectare. Pakweg twintig jaar geleden bereikte deze enkelvoudige waarheid haar grens, toen veestapels met ziektes te kampen kregen en er wetgeving kwam tegen mestoverschotten. Inmiddels gaat het in de landbouw niet meer alleen om opbrengst per hectare, maar zie je de aandacht verschuiven naar voedselveiligheid, dierenwelzijn en duurzaamheid. Er ontstaat een andere waardenmix en die gaat uiteindelijk de dominantie van 'opbrengst per hectare' overvleugelen. De transitie van de landbouw is in volle gang."

Lokaal langer profijt

Te Riele is ervan overtuigd dat geld nu aan het begin zit van zijn transitiefase. "Ik denk dat er de komende dertig jaar een enorme variëteit aan geldsystemen gaat ontstaan. Die gaat er bijvoorbeeld voor zorgen dat lokale gemeenschappen langer profijt hebben van lokale investeringen. In het huidige financiële systeem investeert een gemeente, zeg een miljoen euro in de bouw van een gemeenschapsvoorziening. Die voorziening moet openbaar worden aanbesteed, waardoor het zeer de vraag is of lokale ondernemers er profijt van hebben. Daarnaast worden van dat miljoen materialen aangeschaft, van over de hele wereld. Zo is berekend dat iedere euro na 2,1 keer uitgeven is weggelekt naar het buitenland. Voor 'Nederland handelsland' is daar misschien niks mis mee, maar vanuit de opbouw van vitale lokale gemeenschappen is het onbevredigend. Mensen die samen iets opbouwen in hun wijk, stad of dorp willen dat geld langer lokaal of regionaal circuleert, waardoor het doet waarvoor geld ooit is uitgevonden: als smeermiddel het ruilen van producten en diensten bevorderen en zo (ook) de lokale economie draaiende houden."

Zelf geld laten ontstaan

Is de monetaire diversiteit die Te Riele voorziet niet een beweging terug naar de tijd van voor de euro of gulden? "Een van mijn oneliners luidt: in tijden van transitie gaat de klok deels terug. We herinneren ons ineens weer hoe we het vroeger deden. Niet uit nostalgie, maar om ons er bewust van te worden dat wat nu mainstream is, dat niet altijd is geweest. We woonden in een agrarische samenleving. We onthielden dat de oma van onze buurman ooit iets voor onze familie had gedaan. Twee generaties later deed die buurman een beroep op ons, waarmee we de balans weer in evenwicht konden brengen. En over rente hoorde je niemand. Die samenleving was dus gebaseerd op het doorlopend uitwisselen van schulden. Dat inzicht kunnen we wellicht gebruiken om nu, met de techniek en samenleving van deze tijd, iets nieuws te creëren: een eigen geldsysteem, waarbij iedereen start met nul. Iemand doet iets voor mij en we spreken af dat de waarde daarvan 100 eenheden is. Zodra ik hem betaal heeft diegene dus +100 eenheden en ik -100. De een heeft een tegoed, de ander een schuld. Daardoor kan er iets ook naar derden gaan stromen en op dat moment is 'geld' gecreëerd. Geld hoeft dus helemaal niet bij een handvol banken te ontstaan. Het kan gewoon tussen u en mij. Wij kunnen het ook weer laten verdwijnen. De optelsom van alle tegoeden en schulden in zo’n systeem is nul."

De alternatieve munt

Dit is beslist geen luchtfietserij, want wereldwijd zijn er tientallen van dit soort geldsystemen, soms met honderden, soms met vele duizenden deelnemers. Bij de ontwikkeling van een daarvan was Te Riele twee jaar geleden zelf initiatiefnemer: de Rotterdamse Dam (De alternatieve munt). De Dam heeft dezelfde waarde als de euro, bestaat alleen virtueel en lijkt sterk op online bankieren. Er zijn momenteel circa 400 rekeninghouders, waarvan de helft echt actief is. Bedrijven – van financieel dienstverleners, bakkers en fysiotherapeuten tot kunstenaars – bieden online hun producten aan tegen een bedrag in Dam. Naast hun gewone inkomsten en uitgaven in euro's hebben ze dus een tweede portemonnee: Dam.

"Met een groep van tien tot vijftien mensen zijn we nu twee jaar bezig", zegt Te Riele. "Natuurlijk had ik liever gewild dat we tienduizend deelnemers hadden. Maar het is zoeken naar manieren om de Dam te laten doorbreken." Dam werkt aan een rekening voor de gemeente Rotterdam. "Wanneer die een rekening opent en diensten inkoopt in Dam, geef je de lokale economie pas echt een boost." De initiatiefnemers onderzoeken opschaling samen met de Triodos bank. Maar zover is het nog niet en Te Riele weet ook niet of het zover komt. "Het hoort nu eenmaal bij de transitiefase waarin we zitten. Ik weet niet of Dam het redt, uiteraard doen we daar alles aan. Maar transitietijden zijn nu eenmaal zoektijden: er borrelt van alles. Er ontstaat heel veel nieuws en er sneuvelt heel veel nieuws. Uiteindelijk blijft er iets over wat echt tot bloei komt omdat het van waarde is voor de samenleving op dat moment."

Tekst: Jos Moerkamp

Aflevering twee in een serie over gemeenschapsmunten.

Aflevering één: De gemeenschapsmunt: terug van nooit weggeweest

Foto: 
Martijn Boudestein / Boudestein Infographics