U bent hier

Speelwater versus zwemwater

Natuurspeelvijver Het Woeste Westen
In Het Parool van 11 april 2012 staat een prachtige foto. Er zijn zeker dertig deskundigen op te zien, aan de rand van een plasje water, op het eerste oog niet veel groter dan wat een natte zomer kan veroorzaken. De aanwezigen blijken deelnemers te zijn aan het symposium 'Water voor later'. Locatie: natuurspeelterrein Het Woeste Westen, op het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam. De centrale vraag waar de deelnemers zich zichtbaar over buigen: waar kijken wij nu naar? Speelwater? Natuurwater? Zwemwater?
Tekst: 
Jos Moerkamp

Tweeënhalf jaar later herinnert Martin Hup, initiatiefnemer en beheerder van Het Woeste Westen, zich de bijeenkomst nog goed. Dat komt doordat er echt iets op het spel stond. De provincie Noord-Holland had Stadsdeel Westerpark namelijk bevolen om de natuurspeelvijver te dempen. Voor Hup en de zijnen was dat om twee redenen onverteerbaar. In de eerste plaats is hij ervan overtuigd dat spelen in de natuur grote educatieve waarde heeft. 'Kinderen kunnen hun fantasie kwijt, leren samen te werken aan constructies als een vlot, moeten risico's inschatten en tegenslagen overwinnen. Dat zijn zeer nuttige vaardigheden.' Mede om die reden is speelnatuur enorm in opkomst in Nederland en is Het Woeste Westen een doorslaand succes. In de tweede plaats vroeg Hup zich af hoe het met al die honderden soortgelijke natuurspeelvijvers in Nederland verder moest. 'Moesten die nu ook allemaal gedempt?'

Badinrichting categorie B

Het was Hup zelf, van huis uit bioloog, die het onheil over zijn natuurspeelterrein had afgeroepen. 'Ik heb een keer tegen het stadsdeel gezegd dat het geen kwaad kon dat water een keer te controleren. Gewoon om te weten wat erin zit. Dingen waar je misschien bultjes van krijgt. Niet erg natuurlijk, maar wel goed om te weten. Het stadsdeel schakelde een bedrijf in dat gespecialiseerd is in watercontrole. Er kwam een mannetje, maar dat wist niet hoe hij het moest aanpakken: langs welke kwaliteitseisen moest hij deze speelvijver leggen?' Het bedrijf vroeg vervolgens of het voor de controle een andere specialist mocht inschakelen. Zowel Hup als het stadsdeel vond dat prima. Totdat opeens de provincie Noord-Holland aan de plas water verscheen. De provincie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zwemwater. 'Er kwam een mevrouw met zo'n clipbordje. Die zag een plas groter dan twee vierkante meter en met minder dan vijftig centimeter diep water. Toen wist ze genoeg.' Voor de provincie was dit een Badinrichting categorie B volgens de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden. 'Zeg maar de peuterbaden', zegt Hup. 'Alleen behoren peuterbaden harde, schrobbare bodems te hebben en zijn ze gevuld met kraanwater. En dat kon je van deze speelvijver niet zeggen. Daar kwam volgens de controleur bij dat aan de rand van het water zand lag – een strandje! – en dat vijftig meter verderop een gebouwtje stond met een wc erin. Daardoor leek het er voor de controleur verdacht veel op dat wij deze zwemgelegenheid ook nog eens faciliteerden.'

Risico mijden

Zo bracht de controleur de waterplas eerst binnen een regelraamwerk – Badinrichting categorie B – om vervolgens te concluderen dat het niet binnen dit regelraamwerk paste. Conclusie: de plas moest gedempt. 'In de beleving van de provincie kon onze natuurspeelvijver gewoon niet bestaan', zegt Hup. Hij wijt de starheid overigens niet alleen aan regels, maar ook aan een diepgewortelde overheidscultuur van risico mijden. 'Het eindresultaat van deze cultuur zie je in het hele land terug: de wipkip op rubbertegels, waar volgens mij nog nooit een kind speelplezier aan heeft beleefd. De natuurspeeltuin wil daar juist iets tegenover zetten. Kinderen moeten leren om met risico's om te gaan, uiteraard binnen de grenzen die je van een kind mag verwachten.' Daarnaast vindt Hup dat de overheid een 'veiligheidsillusie' in stand houdt. 'Dat is gevaarlijk. Mensen denken dat het wel goed zit als de overheid controleert. Als er dan iets misgaat – en dat gebeurt natuurlijk – reageren mensen heel anders dan wanneer ze zelf een oogje in het zeil moeten houden.'

Vergeten

Hoe dan ook: de natuurspeelvijver moest gedempt. Toch liep het anders. Dat de provincie eraan te pas kwam, was eigenlijk toeval. Het stadsdeel had ook de GGD kunnen inschakelen. De provincie controleert zwemwater, de GGD speelwater. Zeer waarschijnlijk was het waterplasje dan gewoon goedgekeurd.

De verantwoordelijke stadsdeelwethouder wilde de provinciale opdracht daarom niet uitvoeren. 'We doen gewoon niks', zei hij volgens beheerder Martin Hup. 'Daar sloeg de betrokken ambtenaar natuurlijk weer een beetje van op tilt. De juridische afdeling had namelijk uitgezocht dat de consequentie een fikse boete en of zelfs inhechtenisneming kon zijn.'

Hoe het ook zij, na verloop van tijd werd het stil rondom de natuurspeelvijver. 'Van de provincie hebben we geloof ik nog één keer iets gehoord', zegt Hup. 'Ik heb de kwestie zelf nogmaals aangekaart bij het stadsdeel, waar gelijk weer paniek uitbrak: de afdeling veiligheid moest ernaar kijken. Men wilde zich meteen weer indekken. Maar ook dat is niet doorgesijpeld. En inmiddels lijkt iedereen het vergeten.'

De natuurspeelvijver is er nog steeds. Er komen jaarlijks meer dan 50 duizend kinderen in Het Woeste Westen, er vinden kinderfeestjes plaats, kinderen van de buitenschoolse opvang gaan er naartoe en het is een bestemming voor schoolreisjes. 'Kinderen gaan helemaal los en kunnen het hier uren achter elkaar volhouden', vermeldt de website. 'Trek vooral niet je mooiste kleren aan, want echte avonturiers worden hier natuurlijk vies en nat!'

Volgens Hup heeft zich nog nooit een noemenswaardig incident voorgedaan.