U bent hier

Ouderparticipatiecrèches

Ouderparticipatiecrèche
Mogen ouders hun kinderen opvangen in door henzelf gerunde kindcentra? Het is een lastige kwestie, stelt minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer van maart 2014.
Tekst: 
Jos Moerkamp
Foto: 
Jos Moerkamp

In de brief beschrijft de minister zijn dilemma. De overheid wil het enerzijds mogelijk maken dat ouders op eigen initiatief gezamenlijk groepsopvang vormgeven in een zogeheten ouderparticipatiecrèche (OPC), waarvan er momenteel zes worden gedoogd. Anderzijds beschrijft hij twee belemmeringen. Uitgangspunt is 'dat binnen het stelsel van Nederlandse kinderopvang het waarborgen van kwaliteit van de kinderopvang belangrijk is en dat de kwaliteitsregelgeving en het daarop gebaseerde toezicht daarin onmisbaar is. (…) Wanneer binnen dit stelsel aan sommige kinderopvanginstellingen kostenvoordelen worden gegund omdat zij niet gehouden worden aan de algemeen geldende kwaliteitseisen, kan dat het draagvlak voor naleving van kwaliteitsvoorwaarden ook bij andere instellingen onder druk zetten.'

Het andere probleem is van financiële aard. 'Het recht op kinderopvangtoeslag is gebaseerd op het contract dat tussen de ouders en de aanbieders van kinderopvang wordt gesloten en de daarin gemaakte afspraken over omvang en prijs. Bij de OPC's doet zich de bijzonderheid voor dat aanbieders en afnemers van de kinderopvang dezelfde personen zijn. (…) De Belastingdienst wijst er dan ook op dat dit fraudegevoelig is en dat het nauwelijks te controleren is of de in het contract vastgelegde gegevens overeenkomen met de werkelijkheid. Regulering van de OPC's binnen het toeslagstelsel brengt dan ook het gevaar met zich mee dat dit personen en organisaties aantrekt die minder geïnteresseerd zijn in de ideële overwegingen van de huidige OPC's.' Participerende ouders krijgen momenteel ongeveer 30 procent van de kinderopvangtoeslag die ouders in 'normale' crèches krijgen.

Buiten het toeslagstelsel

Vanwege deze bezwaren concludeert de minister 'dat er een keuze gemaakt moet worden'. De beste optie is volgens hem dat 'OPC's erkenning krijgen buiten het toeslagstelsel', zodat ze naar eigen inzicht, maar 'met behoud van de wettelijke veiligheidseisen', vorm kunnen geven aan hun kwaliteitskader. Daarbij vervalt dan wel de kinderopvangtoeslag, hetgeen de minister geen onoverkomelijk probleem acht. 'De grootste kostenpost binnen de reguliere kinderopvang, de loonkosten, ontbreekt immers bij de OPC's. Alles afwegende stel ik voor de toekomstige wettelijke positie van de OPC's langs deze lijn vorm te geven.'

In september kwam de minister met een wetsvoorstel. Dat zorgt ervoor dat OPC's onder de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen komen te vallen, maar wel ruimte krijgen om zelf kwaliteitseisen vorm te geven. Daardoor komt een einde aan de gedoogsituatie. De bekostiging komt voor rekening van de ouders zelf. 'Met dit wetsvoorstel wordt tegemoetgekomen aan de maatschappelijke wens tot ruimte voor participatie-initiatieven in de samenleving, waarin eigen verantwoordelijkheid centraal staat. Die verantwoordelijkheid betekent ook, dat ouders de OPC's zelf financieren.'

'Brede verkenning'

De bevindingen van de minister bij het onderzoek naar OPC's reiken overigens verder dan de kinderopvang alleen. Hij schrijft: 'Mijn conclusie naar aanleiding van de brede verkenning is dat het niet goed mogelijk is om maatschappelijke initiatieven, sociaal ondernemers en burgerinitiatieven in algemene zin meer ruimte te geven met lichtere regelregimes.'