U bent hier

'Bestuurders vermijden de morele keuzes'

Michel van Eeten
Michel van Eeten, hoogleraar bestuurskunde in Delft, schreef het essay Waarom burgers risico’s accepteren en waarom bestuurders dat niet zien. ‘Bestuurders vinden het te ingewikkeld om risico’s te nemen.’
Tekst: 
Chris van de Wetering

Waar gaan bestuurders vaak de mist in?

‘Een standaardzin na incidenten is vaak ”Dit mag nooit meer gebeuren”. Iets soortgelijks hoor je ook in voetbalcommentaren: “Dat doelpunt had nooit mogen vallen”, wordt dan na de wedstrijd gezegd. Met zo’n eigenlijk rare uitspraak drijf je als bestuurder de overheid onbedoeld in een hoek, want je impliceert gelijk al overheidsfalen, terwijl dat helemaal niet het geval hoeft te zijn. Een andere klassieker is de uitspraak dat 100 procent veiligheid niet bestaat. Dat is eigenlijk heel minzaam en paternalistisch. Je suggereert dat burgers verwachten dat de overheid hen vrijwaart van alle risico’s. Een misvatting. Het is de slogan waarmee een bestuurder vooral zichzelf vrijpleit. Als dit de oneliners zijn waar je op terugvalt, moet je niet opkijken van ongenoegen bij burgers. De tragische paradox is echter dat bestuurders juist in dat ongenoegen bevestigd zien dat burgers 100 procent veiligheid verwachten. Zo krijg je een misverstand dat zichzelf in stand houdt.’

De risicomijdende burger is een mythe?

‘Ja, burgers nemen aan de lopende band risico’s. Als we zelf baat hebben bij een activiteit, nemen we bijvoorbeeld eerder risico. We stappen in de auto, omdat de trein te veel gedoe is. We maken dan een afweging tussen gemak, efficiëntie en veiligheid. Zodra je als bestuurder een situatie niet sec vanuit veiligheid benadert, maar vanuit het achterliggende morele vraagstuk, stuit je op bredere afwegingen die eigenlijk altijd verband houden met beginselen van rechtvaardigheid, loyaliteit en verwijtbaarheid. Kijk bijvoorbeeld hoe Geert Wilders de eurocrisis adresseerde. De autoriteiten legitimeerden de aanpak vanuit veiligheid – anders zou de euro in gevaar komen. Wilders bedde de discussie in: de Grieken hebben de zaak geflest en verdienen geen hulp, zei hij. Hij fulmineerde tegen het “verraad” van Rutte. Zo boorde hij gevoelens van rechtvaardigheid en loyaliteit bij burgers aan. Het risico voor de euro is in dit frame een soort collaterale schade, die dan maar genomen moet worden. Een ander goed voorbeeld is de reactie van Dijsselbloem op Cyprus. Hij eiste dat rekeninghouders mee gingen betalen en bracht zo het rechtvaardigheidsbeginsel in.’

'Eerst voordoen, dan samen doen en ten slotte zelf doen'

Waarom blijven bestuurders zo hameren op veiligheid?

‘Ze vinden het over het algemeen te ingewikkeld om risico’s te benoemen. Dat zag je bijvoorbeeld rond de CO2-opslag in Barendrecht. De overheid bleef maar bezweren dat de situatie veilig was. Hoe harder je ontkent wat evident is, hoe meer paranoïde de burger wordt. Waarom werd niet gewoon erkend dat er inderdaad risico’s in het geding waren? Bij de gasopslag in Alkmaar en Bergen ging dat anders. Daar waren de risico’s onderdeel van het plan. Het economisch belang voor de regio werd benadrukt en heel belangrijk, ook de lusten: 150 banen en een flinke investering in de regio. Het bedrijf uit Abu Dahbi stelde zich ook aansprakelijk voor schade. Zo maak je de veiligheidsclaim geloofwaardig, zonder het gesprek over risico’s uit de weg te gaan.’

Het is de bestuurder die vermijdend is?

‘Bestuurders vermijden de morele keuzen. Ze zouden het gesprek aan moeten gaan over welke risico’s we acceptabel vinden, maar ze denken dat dit een politiek verliezende boodschap is. Dat komt ook door hun adviseurs, overwegend juristen en communicatiedeskundigen, die het als hun kerntaak zien fouten te vermijden. De facto is het advies dan een zo voorzichtig mogelijke boodschap te brengen met een beetje empathie en vooral geruststelling’

Waar ligt het begin van verandering?

‘Bij het analyseren van het morele vraagstuk dat de burger agendeert. Dit is soms moeilijk te verstaan, je moet meer doen dan luisteren en wachten tot burgers het letterlijk zeggen. Meestal is de reactie gekleurd door de achterliggende agenda of als reactie op jouw standpunt. Je moet een beetje onthecht naar de boodschap kunnen kijken. Voor de adviseurs geldt dat ze bestuurders moeten helpen met de bredere scope. Weerstand van burgers zou omarmd moeten worden, want daarin zit de sleutel voor de juiste aanpak. Het gaat erom zaken concreet te maken. Zoals Donner na de Schipholbrand. Hij benoemde waar de overheid niet over ging. Zoiets is geen kwestie van charisma, je moet het organiseren, liefst als de morele druk nog niet zo hoog is.’