U bent hier

Agenda Stad

Aanleiding

Het kabinet heeft in de Miljoenennota en de brief Werken aan Groei aangekondigd in 2015 een Agenda Stad aan de Tweede Kamer te sturen met maatregelen om de groei, leefbaarheid en innovatie in Nederlandse steden te versterken.  De uitwerking van Agenda Stad is vervolgens op 14 november 2014 in de ministerraad vastgesteld op basis van de volgende kernpunten:

  • Economische groei. Internationaal onderzoek wijst uit dat steden in toenemende mate de groeimotor zijn van de economie.
  • Innovatie. Innovatie en startups concentreren zich steeds meer in de stad. Stedelijke regio’s zijn voor een steeds groter deel verantwoordelijk voor toegekende patenten.
  • Leefkwaliteit. Steden zijn bepalend voor de leefkwaliteit van een groeiende groep mensen. Thema’s als files, onveiligheid of leegstand zetten die leefbaarheid onder druk, en daarmee ook het vestigingsklimaat.

Goede positie van steden niet vanzelfsprekend

Veel Nederlandse steden of stedelijke regio’s staan bovenaan internationale ranglijsten voor concurrentiekracht, innovatie en leefbaarheid. De internationale concurrentie tussen steden wordt echter groter. Steden krijgen concurrentievoordeel wanneer ze anticiperen op bijvoorbeeld klimaatverandering, sociale tweedeling of leegstand.

Door verschillende adviesraden wordt gewezen op mogelijke bedreigingen in Nederlandse steden: achterblijvende productiviteitsontwikkeling, innovaties die in pilots blijven steken, bestuurlijke traagheid, ongecoördineerde profilering en achterblijvende investeringen in R&D. Gelet op deze analyse is het van nationaal belang om het Nederlandse stedennetwerk goed voor te bereiden op de uitdagingen van morgen.

Ambitie: Nederlandse steden in de wereldtop

Agenda Stad heeft de ambitie om samen met steden en stakeholders de Nederlandse steden tot de top van de wereld te laten behoren, zowel wat betreft concurrentiekracht als leefbaarheid. Daarom wordt een agenda opgesteld die richtinggevend is voor de lange termijn, en voor de korte termijn concrete acties omvat. Om het samenspel van overheid, ondernemers en burgers in de stad te verbeteren zijn er drie leidende perspectieven:

  1. Wegnemen belemmeringen. Steden moeten meer ruimte krijgen in regelgeving en middelen om te groeien, te differentiëren en te experimenteren.
  2. Samenwerken binnen en tussen stedelijke regio’s. De steden kunnen internationaal sterker staan door hun krachten te bundelen en samen te werken over bestuurlijke grenzen heen.
  3. Voorwaarden scheppen voor (systeem)innovatie. Een infrastructuur met open data, energienetwerken en goede vervoersconcepten kan kwaliteit toevoegen aan steden en hiermee nieuwe kansen creeëren voor ondernemers.

Maatschappelijk initiatief draagt bij aan vitale steden

Burgers in de hoedanigheid van maatschappelijk initiatiefnemers en sociaal ondernemers zijn belangrijke innovatoren van Nederlandse steden. Steeds vaker spreken we bij sociale innovatie niet meer van een ‘triple healix’ met overheid, bedrijven en kennisinstelingen, maar nadrukkelijk van een ‘quadruple healix’ waar naast voorgaande groepen actoren, de innovatieve en productieve waarde van maatschappelijk initiatiefnemers wordt toegevoegd.

Een agenda in ontwikkeling

Agenda Stad is een agenda in ontwikkeling. Zie: www.agendastad.nl

Team doe-democratie ziet Agenda Stad als een kans om diverse knooppunten en netwerken voor maatschappelijk initiatief en sociaal ondernemerschap te bundelen rondom de stedelijke opgaven.

  1. Ten eerste gaat het erom dat zij met elkaar, met de steden en andere overheden, en met andere actoren de juiste voorwaarden scheppen voor maatschappelijk initiatief in de stad en bestaande belemmeringen wegnemen.
  2. Ten tweede gaat het erom goed samen te werken aan de maatschappelijke opgaven in de stad, en daarmee aan achterliggende  transities. Dit is een zoektocht naar manieren om op diverse beleidsterreinen samen meer maatschappelijke waarde te creëren.

Ad 1. Voorwaarden scheppen en belemmeringen wegnemen

Agenda stad is een vehikel om, vanuit meerdere betrokken sectoren en partijen, bepaalde condities te creëren voor meer eigenaarschap, zeggenschap en ruimte voor initiatiefnemers. Te denken valt aan de volgende aspecten:

1. Informatie

  • Aan welke informatie hebben initiatiefnemers en sociaal ondernemers behoefte? Hoe kunnen overheden ervoor zorgen dat deze overheidsinformatie begrijpelijk en inzichtelijk is? Hier ligt een belangrijke relatie met de Agenda Lokale Democratie.

2. Financiering

  • Welke rol speelt het openbaar bestuur bij het opstellen en realiseren van ‘maatschappelijke waarde cases’?
  • Wat is het kritieke punt voor maatschappelijk initiatief en sociaal ondernemerschap, en welke rol kan het bestuur spelen om dit kritieke punt te passeren?
  • Hoe kunnen overheden eenvoudig(er) geld beschikbaar bestellen voor maatschappelijk initiatief
  • Welke alternatieve waarde- en waarderingssystemen zijn er, en wat is daarbij de rol van het openbaar bestuur?

3. Rechten

  • Hoe kan het bestuur de initiatiefnemers meer, betere of andere rechten geven om mee te doen in het democratische besluitvormingsproces? Hier ligt een belangrijke relatie met de Agenda Lokale Democratie.

4. Regels

  • Welke regels zitten maatschappelijke initiatiefnemers in de weg?
  • Met welk fiscaal regime kan de groei van deze sector worden bevorderd?
  • Op welke manier zou in inkoop- en aanbestedingsprocedures meer ruimte kunnen worden gecreëerd voor maatschappelijke aanbieders?

5. Ondersteuningsstructuur

  • Is er een goede structuur of netwerk van knooppunten voor maatschappelijk initiatief en sociaal ondernemerschap in Nederland? Hoe kan dit worden verbeterd? Wat is daarbij de rol van het openbaar bestuur?

6. Houding en gedrag

  • Is de roluitoefening, werkwijze en aanpak van bestuurders en ambtenaren van dien aard dat ze daarbij aansluiten op maatschappelijk initiatief en sociaal ondernemerschap?

Ad 2. Samenwerking bevorderen

Agenda stad geeft ook gelegenheden meer te experimenteren met interdisciplinaire, intersectorale waardecreatie op verschillende domeinen en beleidsterreinen (zorg, energie, voedsel, vastgoed, ruimtelijke ordening etc.).

  • Op welke manier draagt maatschappelijk initiatief bij aan beleidsdoelen in domeinen als zorg, energievoorziening, zorg, enzovoorts.
  • Welke transities staat het kabinet voor, en waar stemt de richting van de politieke beoogde transitie overeen met de transities waaraan maatschappelijk initiatiefnemers en sociaal ondernemers werken? Hoe is het mogelijk hierop meer (in partnerschap) samen te werken?
  • Kunnen we naast publiek-private partnerships, publiek-particuliere samenwerkingsverbanden starten om maatschappelijke doelen te realiseren, of publiek-privaat-particuliere samenwerking (overheid, markt, samenleving, kennisinstellingen)? Sturen op maatschappelijke meerwaarde, hoe die je dat?

De komende periode zal het ministerie van BZK, samen met steden, bedrijven, initiatiefnemers, kennisinstellingen de bovenstaande vragen verder verkennen en beantwoorden. Zo wordt Agenda Stad gezamenlijk ingevuld. Team doe-democratie zal bijdragen aan een aantal nader te bepalen vraagstukken en thema’s.