U bent hier

In 6 stappen een toekomstbeeld waar het hele dorp aan bijdraagt

In 6 stappen een toekomstbeeld waar het hele dorp aan bijdraagt
Hoe maak je een plan dat door de hele gemeenschap gedragen wordt? Dat niet bij papier blijft, maar waardoor iedereen beseft dat hij iets moet doen? Yvonne Geerdink, onafhankelijke procesbegeleider, laat zien hoe zij het aanpakte in Winsum.
Tekst: 
Ellen Weber

 

1. Start met een onafhankelijke aanjager

‘Ik ben van niemand en kan met iedereen omgaan.’ Yvonne Geerdink, aangesteld met budget van het ministerie van VWS, merkt dat het een voordeel is om onafhankelijk te zijn. ‘Mensen die aanvankelijk terughoudend reageerden op mijn verzoek om na te denken over de toekomst van de langdurige zorg in Winsum, lieten hun scepsis varen toen ze doorhadden dat ik geen belangen of dubbele agenda heb.’

2. Begin met uitnodigen

Wie wonen er nu in Winsum, wat gunnen wij elkaar, en hoe krijgen we dat voor elkaar? Om daarachter te komen begon Geerdink met uitnodigen. De wethouder, een gemeenteambtenaar, de voorzitter van een gezondheidscentrum, de zorgverzekeraar, drie opvallende burgers, de directeuren van de thuiszorgorganisatie en de ouderenzorg en een huisarts stelde ze drie vragen: wie ben jij, wat drijft jou en wat wil je? Geerdink: ‘Iedereen wilde meedoen. Mensen begrepen dat er iets moest gebeuren om de langdurige zorg zoveel mogelijk in en met het dorp te kunnen leveren en dat we dat niet bereiken met maatregelen van de overheid. Echte verandering begint dichtbij huis, op lokaal niveau.’

3. Formuleer de droom

Deze vijftien mensen formuleerden tijdens een middag- en avondprogramma de Droom van Winsum, waarbij ze verder keken dan de langdurige zorg alleen. Ze kozen ervoor de plannen behapbaar te houden: klein beginnen, uitproberen, met elkaar in gesprek en dan de volgende stap. Ieder draagt vanuit zijn eigen vermogen bij aan een pilot. Zo komt er een plek midden in het dorp waar mensen veilig en verzorgd kunnen wonen, en een dorpshuis waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

4. Toets het toekomstbeeld

Eens per zes weken komen de aanjagers bij elkaar om het toekomstbeeld te toetsen. Leeft de droom nog, is dit ‘m echt? Daarnaast vertelt ieder over de pilot waar hij mee bezig is. De rest van de groep reageert niet meteen, maar noteert vragen. Geerdink: ‘Op deze manier krijg je veertien vragen, in plaats van één reactie. Als je vanuit zoveel verschillende kanten naar een probleem kijkt, kom je op andere oplossingen en voorkom je dat je gelijk in een regelreflex schiet.’

5. Help elkaar verder

Tijdens de bijeenkomsten gebruikt Geerdink simpele werkvormen. ‘We inventariseren voorbeelden uit ieders omgeving: wat gaat er nu telkens mis. Vervolgens gaan we in groepjes om tafel. Ieder moet een andere rol aannemen, om vervolgens het probleem vanuit die rol op te lossen.’

6. Laat verbindingen ontstaan

‘De overheid wil graag dat burgers meer zelf doen, maar is er zelf vaak de veroorzaker van dat dit niet gebeurt.’ Volgens Geerdink komt dit doordat de uitnodiging begrenst is. ‘Er komt een nieuwe school op die plek, jullie mogen meedenken over de architectuur. Dat werkt niet. Als je een plan voorstelt, gaan mensen daar tegenin. Mensen voelen direct dat ze beperkt worden.’ Wat volgens Geerdink beter werkt is uitnodigen, mogelijke maken, verleiden. ‘Als jij wordt uitgenodigd, nodig je anderen ook uit. Zo ontstaan er verbindingen, en gaan mensen begrijpen, dat ze ook zelf iets moeten gaan doen. In Winsum werkt deze methode als een olievlek.’