U bent hier

Nieuwe buren

Door: 
Paul de Goede
20-04-2015
Geplaatst in: 
Foto: 
Singeldingen

Ik heb het moeilijk. Niet zozeer privé, maar als overheidsdienaar. Ik heb het moeilijk met initiatiefrijke burgers. Ik ben er onlangs weer eens pijnlijk aan herinnerd na het lezen van de bundel: ‘De ondernemende burger. De woelige wereld van lokale initiatieven’. Een bundel vol succesverhalen over (inderdaad) lokale initiatieven. Grofweg kan je die indelen in saamhorigheidsactiviteiten, economische activiteiten en zorgactiviteiten. Dat is meer een theoretische indeling, want lokale initiatieven houden zich niet aan klassieke grenzen. Gelijk een doorkijkje in mijn probleem; ik wil gelijk indelen, duiden en organiseren langs klassieke lijnen zoals het een (goed) ambtenaar betaamt.

Wat haal ik als rode draad uit de bundel? Niet zozeer het zelforganiserend vermogen van burgers. Dat herken ik maar al te goed, dat is er altijd al geweest. Hoe verklaar je anders 140.500 verenigingen in dit land? Dit land is gebouwd op initiatief en dat is maar goed ook. Het is ook niet het feit dat het allemaal anders (en vooral) beter zal gaan wanneer burgers de regie hebben gekregen. Zeker, de bundel gaat over geslaagde initiatieven, maar het zijn nooit gladde verhalen. Lokale initiatieven moeten soms vechten om te overleven. Het zijn verhalen van strubbelingen en conflicten. Geen initiatief is vrij van spanningen of van afwegingen  over wie mag meedoen en wie niet. Het zijn, wat dat betreft, net publieke organisaties!

Wat steekt er dan? Wel, dat is het gevoel van bevrijding dat de ondernemende burgers vaak uitstralen. We zijn vrij van de overheid! We zijn vrij van professionals! We doen het allemaal zelf! Alsof het gaat om een buitenlandse bezettingsmacht en niet om de ‘eigen’ overheid; het ‘ultieme’ maatschappelijk initiatief, opgericht om collectieve problemen te lijf te gaan en nu collectief als het probleem ervaren. Er zijn overheidsdienaren die hard met de bevrijde burgers mee juichen. Daar hoor ik niet bij. Wanneer iedereen in een land ineens zijn eigen auto gaat repareren ga ik niet juichend de doe-het-zelf mentaliteit van burgers ophemelen, maar mij afvragen wat er mis is gegaan met het stelsel van autoreparateurs.

Waar ging het dan mis in de relatie burger – overheid? Een doorkijkje kreeg ik in een lezing van de Amerikaanse sociaal-Psycholoog E. Allan Lind over procedurele rechtvaardigheid. Hij toonde aan, met een tekening van het menselijk brein in de hand, dat wij (mensen) niet gebouwd zijn op hoe overheden normaal gesproken relaties met burgers aangaan. Dat wil zeggen: verticaal, directief en met een scherp onderscheid tussen de bestuurders en de bestuurden. Rationeel kunnen we dat begrijpen, maar veel dieper in ons hoofd, in het ‘sociale brein’ voelt dat als een persoonlijke afwijzing. Hoor je er bij of hoor je het aan? Dat is het cruciale verschil!

Daar zit dus ook een belangrijke sleutel voor samenwerking; wat je ook doet en hoe je het ook doet: zorg voor een gelijkwaardige uitgangspositie van iedereen aan de tafel. Want ook wanneer je de participatieladder omkeert (de overheid participeert in een lokaal initiatief) is die regel noodzakelijk.  En zelfs wanneer er sprake is van geheel gescheiden verantwoordelijkheden dan nog horen de lokale initiatieven, de professionele organisaties en de overheden als goede buren naast elkaar te kunnen leven. En buren drinken soms een kopje koffie bij elkaar, onafhankelijk van de vraag op wiens initiatief dat was!

Paul de Goede